Voeding

Voeding

Voedsel en water zijn door de VN erkende basisrechten. Zonder dit kunnen we vanzelfsprekend niet leven. De paradox is dat ons huidig agrosysteem ons geen duurzame voedselproductie op lange termijn kan garanderen. Ze ondermijnt immers de vruchtbaarheid van onze gronden, de drinkbaarheid van ons water en de biodiversiteit waarvan we afhankelijk zijn. Meer en meer beseffen we dat vooral op dit vlak het ecologische verhaal samen gaat met het ethische. Om vandaag en in de toekomst voedselzekerheid voor iedereen te kunnen garanderen moeten we met ecologisch verantwoorde keuzes inzake voedselbeleid voor de dag komen. Want hoe je het ook draait of keert: we hebben nood aan proper water waarvan er voldoende is voor irrigatie en consumptie en biodiversiteit is een dwingende voorwaarde voor een goede en duurzame landbouw (denk maar aan de bij die voor de bevruchting van onze gewassen zorgt). Een duurzaam landbouwsysteem zorgt ervoor dat iedereen zelf kan voorzien in zijn voedselproductie en dat er vooral genoeg voor iedereen is. In een duurzaam voedselsysteem bestaat er geen hongersnood.

De huidige agro-industrie voldoet niet aan deze voorwaarde. Grote veroorzakers zijn het aanhoudend gebruik van fossiele grondstoffen (hierdoor zijn de CO2-emissies van de agro-industrie enorm), de overbemesting die onze gronden en waters vervuilen en het inefficiënt inzetten van onze grondstoffen op wereldschaal (voor de grote sojaproductie die vlees vereist worden vele hectaren amazonewoud gekapt om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen. Dit in een tijd van hongersnood waarbij we met de huidige sojaproductie de hele wereld ruim voldoende van alle nodige eiwitten zouden kunnen voorzien.)

Bovendien worden vele cruciale markten, zoals de graanmarkt, beheerst door een handvol multinationals (denk maar aan bedrijven zoals Monsanto) die hun monopolies versterken door gewassen en chemische bestrijdingsmiddelen en meststoffen te patenteren. Hun interesse ligt niet in het voeden van de wereld maar in het behalen van winsten. Graan e.a. zijn producten die vooral moeten geleverd worden aan de economisch interessantste markten (denk aan vlees of biobrandstoffen) en waarmee op de beurs gespeeld wordt – met grote voedselonzekerheid als gevolg.

Greenpeace definieert het alternatief op dit rovend systeem als volgt: “Ecological farming both relies on and protects nature by taking advantage of nature’s goods and services, such as biodiversity, nutrient cycling, soil regeneration and natural enemies of pests, and integrating these natural goods into agroecological systems that ensure food for all today and tomorrow.” Wie wil investeren in duurzame landbouw zorgt ervoor dat zijn producten afkomstig zijn van een systeem waarbij biodiversiteit, vruchtbaarheid van de grond, het vermijden van pesticiden en de nood aan voedsel voor iedereen gerespecteerd worden. Wij lijsten even wat tips voor jullie op zodat jullie hier zelf zoveel mogelijk aan bij kunnen dragen.

Voor meer informatie kan je dit kort en bevattelijk rapport over duurzame landbouw lezen.

Voeding

Herkomst en productie

  1. Herkomst. Te verkiezen: lokaal- en seizoensgebonden groenten. Transport is een zeer vervuilende factor binnen de agro-industrie. Zij draagt in hoge mate bij aan de opwarming van de aarde (voor zo’n 15%) en daarmee dus ook aan het verlies van onze zoetwaterbestanden en de biodiversiteit. Aanvaardbaar: groenten en fruit vervoerd met de goederentrein, vrachtwagen of boot. Te vermijden: groenten en fruit vervoerd met het vliegtuig.
  2. Productie. Te verkiezen: producten uit biologische landbouw die bovendien fairtrade zijn. Het systeem van de biopakketten krijgt hier een pluspunt wegens de korte afstand van producent naar consument. Aanvaardbaar: Lokale producten die niet per sé bio zijn. Alles wat rechtstreeks van bij de boer komt krijgt een pluspunt. Te vermijden: groenten en fruit uit verwarmde serres (beter Spaanse tomaten dan Belgische serretomaten in de winter), producten uit het buitenland waarvan algemeen geweten is dat ze een intensieve roofbouw veroorzaken (zoals soja voor dierenvoeders, palmolie, suikerteelt, ...) en alle afgeleiden ervan (Coca-Cola, Kitkat, vlees, ...)
  3. Ter afweging: vaak is het beter om een lokaal niet-bioproduct te kopen dan een bioproduct dat van heel ver moet komen. Natuurlijk komen bananen niet uit Limburg en in dat geval is de keuze voor bio én fairtrade snel gemaakt.

Vlees en vis

Je vlees- en visverbruik minderen is de makkelijkste en meest efficiënte manier om ecologischer met voeding om te gaan. Als elke Belg 1 keer per week geen vlees zou eten staat dit gelijk aan 1 miljoen auto’s van de weg halen als het over broeikasgassen gaat. Bovendien kost een hamburger zowat 1 kg soja en 1500 liter water.

Ook vis is een heel milieu-intensief voedingsproduct. 32% van de vis die wij vandaag op ons bord krijgen is met onmiddelijke uitsterving bedreigt. De vraag naar vis is de laatste decennia enorm gestegen, waardoor de vraag groter geworden is dan het werkelijke aanbod. Om hieraan tegemoet te komen kreeg de industrie van de viskwekerijen de laatste jaren een enorme boom. Het bekendste voorbeeld hiervan is zalm gekweekt in kooien. Helaas wordt gekweekte vis gevoed met vismeel, afkomstig van andere, minder begeerde vissoorten. Dit zorgt ervoor dat je voor 1 kg zalm 4 kg andere vis nodig hebt. Zo krijg je een grotere tegemoetkoming aan de marktvraag naar bepaalde vissoorten, maar tevens ook opnieuw een grotere verschraling van de biodiversiteit in zee. Voor een uitvoerigere uitleg hierover zie: ugent1010.ugent.be/omgekeerde_dag/visconsumptie.

Voedingsstoffen kunnen veel efficiënter ingezet worden in een vegetarische maaltijd. Want één ding is zeker: het aanbod kan de wereldwijd toegenomen vraag naar vlees en vis niet aan. Een ander alternatief naast onze vlees- en visconsumptie minderen en de productie ervan verduurzamen bestaat niet. Bovendien is vegetarisch ook lekker en gezond! De GSR zal dit academiejaar in het kader van het Duurzaamheidsproject heel wat vegetarische kooksessie organiseren. Je hoeft er natuurlijk niet op te wachten, op de site www.vegetarisme.be vind je ook heel wat goede recepten, cateraars en tips.

  1. Vleesconsumptie. Te verkiezen: een vegetarische leefwijze. Aanvaardbaar: vegetarisch eten af en toe combineren met vlees eten. Biologisch vlees is vaak erg oké omdat het dier in kwestie niet gevoed werd met krachtvoer op basis van soja uit Brazillië (waarvoor het amazonewoud wordt gekapt). Verder weegt de keuze van je vleessoort ook door: gevogelte is het meest ecologische vlees, daarna varkensvlees en als laatste rundsvlees. Te vermijden: elke dag een grote portie niet-biologisch vlees op de boterham en bij de warme maaltijd.
  2. Visconsumptie. Te verkiezen: een vegetarische leefwijze. Aanvaardbaar: een klein visverbruik van vis met het MSC-label op de verpakking of vis die in de groene kolom staat op de WWF viswijzer). Te vermijden: een grote visconsumptie (= wekelijks vis op je bord) van vissoorten uit de rode kolom van de viswijzer.
    1. Dranken

      Ook het gebruik van bepaalde dranken kunnen een enorme last leggen op het milieu. Denk maar aan de productie van verpakkingen – vaak uit vervuilende industrieën en grondstoffen zoals petroleum en metalen - die dit met zich meebrengt. Vaak zijn er ook milieu-intensieve grondstoffen zoals suiker nodig, waarbij een milieu-onvriendelijke teelt (groot verbruik van water, gebruik van pesticiden, ...) voor ontwrichte eco-systemen zorgt. Ook het transport van je wijn uit Zuid-Afrika is geen onbelangrijke factor in de milieulast. Het is van groot belang al deze factoren in rekening te nemen alvorens uitspraken te doen over de ecologische waarde ervan.

      1. Herkomst. Te verkiezen: leidingwater of dranken afkomstig van lokaal geteelde producten zoals appelsap of vlierbloesemsap. Te aanvaarden: dranken die per goederentrein, vrachtwagen of boot hierheen zijn vervoerd. Te vermijden: dranken die per vliegtuig overgevlogen zijn of waarvan de producten per vliegtuig overgevlogen werden (zoals bv. vers fruitsap met appelsienen uit Israël of wijnen uit Zuid-Amerika). Hoe verder het land van oorsprong, hoe belastender het transport.
      2. Productie. Te verkiezen: leidingwater of dranken op basis van biologische en fairtrade landbouw vanwege de duurzamere productiemethodes. Te aanvaarden: dranken die op zich weinig van het milieu vragen door de lage landbouwintensiviteit van de basisproducten. Vele Belgische lokale bieren zijn hier een voorbeeld van. Te vermijden: producten die niet biologisch zijn en bovendien veel vragen van het milieu. Frisdranken zijn hier bijna altijd een goed voorbeeld van.
      3. Verpakking. Te verkiezen: dranken waarvoor helemaal geen verpakkingen nodig zijn. Het gaat hier vooral over leidingwater. Aanvaardbaar: grote verpakkingen (zoals een biervat), retourverpakkingen of recycleerbare verpakkingen (alles wat bij het PMD terecht komt). Te vermijden: verpakkingen die voor de verbrandingsoven of het stort voorbestemd zijn (verpakkingen die bij het restafval terecht komen).
      4. Waterintensiviteit is ook een belangrijke factor bij de ecologische ballast die een product veroorzaakt. Volgens www.watervoetafdruk.be is leidingwater het minst waterintensief, gevolgd door thee. Wijn zou het meest waterintensief zijn, gevolgd door bier en chocolademelk. Check de site voor meer informatie over de andere dranken. Een kleine randopmerking: de watervoetafdruk is vooral van belang bij producten afkomstig uit regio’s waar er een gevaar voor waterschaarste dreigt. Dit geldt bijvoorbeeld voor cacao of bepaalde frisdranken zoals cola. Voor Belgische bieren geldt dit minder omdat wij dit probleem (nog) niet kennen. Kiezen voor een pesticidevrije productiemethode kan er eveneens voor zorgen dat onze watervoorraden ook voor de toekomst beschermd zullen zijn.

      Verspilling

      Jaarlijks gooit elke (!) Belg zowat 170 kg voedsel weg. Dit is om verschillende reden onethisch, maar een belangrijke reden tegen deze verspilling is dat de productie van voedsel vaak milieubelastend is en een grote hoeveelheid energie kost. Zo helpen we het klimaat natuurlijk niet verder. We bekijken de twee activiteiten met het meeste kans op voedselverspilling, die uiteraard een inspiratiebron kunnen zijn voor andere activiteiten waarbij voedsel aan te pas komt.

      Voedselverkopen

      1. Vermijd een teveel aan bederfbaar voedsel. Dit kan je doen door op voorhand te bepalen hoeveel geld je wilt verdienen, hoeveel uur je er wilt staan en hoeveel je gemiddeld per uur verkocht op andere voedselverkopen (vraag dit desnoods ook eens aan andere verenigingen).
      2. Doneer voedseloverschotten aan een sociaal project of geef ze weg aan de gelukkige voorbijganger. Je kan ook alles onder de medewerkers verdelen.

      Dopen

      1. Probeer ook hier exact te bepalen hoeveel van wat je nodig hebt.
      2. Koop minderwaardig voedsel of vraag ernaar in de winkel als het niet dient om op te eten. Denk maar aan bruine bananen die bijna niet meer verkoopbaar zijn of net die tomaten met een plekje op in de rekken waarvan de kans groot is dat ze minder makkelijk verkocht zullen worden.
      3. Zorg ervoor dat vers/ongebruikt voedsel zich niet open en bloot in de ruimte waar de doop plaatsvindt bevindt. Zo vergroot je de kans dat je het achteraf in goede staat terugvindt en alsnog kan gebruiken.